maandag 8 juni 2009

Eet genoeg vezels

.


Voedingsvezels vormen een bestanddeel van plantaardige voeding.
Ze zitten in groente, fruit en volkoren producten. Deze vezels zijn onverteerbaar maar zeer essentieel voor onze gezondheid en spijsverteringsproces.
Een dieet dat rijk is aan voedingsvezels draagt bij aan een goede spijsvertering en een gezond lichaamsgewicht, gaat constipatie tegen en helpt het risico op hart- en vaatziekten terug te dringen. Voor volwassenen wordt een minimum van twintig tot 35 gram voedingsvezels per dag aanbevolen, maar de meeste mensen komen aan hooguit de helft daarvan.
Het beste is het om het gehalte voedingsvezels geleidelijk aan op te voeren, anders kunnen spijsverteringsklachten ontstaan.

De term ‘voedingsvezel’ verwijst naar een groep heel verschillende stoffen, vooral koolhydraten: van pectine tot psyllium en van inuline tot cellulose en gom. Deze stoffen hebben één ding hetzelfde: het zijn stoffen uit planten die voor mensen niet te verteren zijn. Dat betekent dat ze niet worden opgenomen in de dunne darm. Ze komen dus in z'n geheel aan in de dikke darm.

Voedingsvezels geven geen voedingsstoffen aan het lichaam. Wel zijn ze belangrijk voor een goede darmwerking. Een tekort aan voedingsvezels veroorzaakt darmproblemen, zoals een te trage stoelgang, obstipatie en aambeien of divertikels uitstulpingen van de dikkedarmwand). Vezelrijk eten is ook belangrijk om overgewicht te voorkomen. Want hoewel voedingsvezels nauwelijks calorieën leveren, geven ze wel een verzadigd gevoel. Verder hebben sommige vezels een gunstig effect op de bloeddruk en het cholesterolgehalte. Daarmee verkleinen ze het risico op hart- en vaatziekten en mogelijk ook diabetes type 2. Misschien verkleinen voedingsvezels ook het risico op dikkedarmkanker. Dit is nog niet zeker.

Belangrijke bronnen van voedingsvezels in Nederland zijn (volkoren)brood, aardappelen en groente en fruit. Als richtlijn geldt voor volwassenen zo’n 30-40 gram voedingsvezels per dag. Daarbij heeft het de voorkeur voedingsvezels via het eten binnen te krijgen. Het is aan te raden voorzichtig te zijn met voedingsvezelpreparaten: gebruik deze alleen in overleg met arts of diëtist.

zaterdag 6 juni 2009

Fruit koelt lichaam af

.


Als het warm is, transpireer je meer om de hitte uit je lichaam te verdrijven. Daardoor drinken we liters water en andere koele drankjes. Wat eigenlijk niet eens zo slim is want je kunt je lichaam veel beter afkoelen door warme drankjes, zoals thee, te drinken. Maar wist je dat je je lichaam en huid ook kunt afkoelen door fruit? Volgens tooStylish voorziet fruit ons niet alleen van het broodnodige vocht, maar ook van elektrolyten (zouten) die we verliezen als we zweten.

Niet voldoende vocht betekent uitdroging en dat gaat vaak weer gepaard met hoofdpijn, duizeligheid, concentratieverlies en spierkramp. Om uitdroging te voorkomen heb je vocht en zout nodig, wat je dus ook uit fruit kunt halen. Gelukkig zijn er in de zomer heel veel fruitsoorten te verkrijgen die ons helpen het vochttekort en de verloren elektrolyten weer aan te vullen. Bovendien hebben ze allemaal nog eens enorm veel bijkomende gezonde eigenschappen.

De beste vrucht om je lichaam mee af te koelen is watermeloen omdat, de naam zegt het al, ontzettend veel water bevat. Daarnaast is deze vrucht ook nog eens enorm rijk aan calcium. Ook de suikermeloen is goed want het heeft de unieke eigenschap het lichaam te hydrateren en wordt daardoor als één van de beste zomerfruitsoorten beschouwd. Naast dat de vrucht rijk is aan water, voorziet de vrucht je lichaam ook van vitamine A, vitamine C, ijzer, natrium en kalium.

Ook appels voorzien je van voldoende vocht en zijn ook nog eens één van de beste vezelbronnen. Daarnaast is de schil rijk aan antioxidant-flavonoïden, die de schade van vrije radicalen beperken. Verder staan alle soorten bessen hoog op het lijstje van zomerfruit. Bessen zijn rijk aan vezels en vitamine C. Aardbeien, frambozen, blauwe bessen en zwarte bessen behoren allemaal tot de bessenfamilie. Ze zijn ook nog een heel goed voor diabetici en helpen bij gewichtsverlies. En wie lust er nou niet een lekkere, sappige mango? Sappig zegt al genoeg, het druipt meestal langs je kin als je je tanden erin zet. Daarnaast zijn ze rijk aan vezels, bètacaroteen, en vitamine C.

Last but not least is de banaan. Je zou het misschien niet denken, maar bananen houden je lichaam gekoeld. Eet ze bij voorkeur bij het ontbijt.

Bron: lifestyleagent.nl

vrijdag 5 juni 2009

Schildklierproblemen

.


De schildklier is een klier in de halsstreek die - ondanks zijn kleine afmetingen - een belangrijke taak heeft. De schildklier is verantwoordelijk voor het goed functioneren van stofwisselingsprocessen en de groei. Schildklierproblemen komen erg veel voor en kunnen meestal vastgesteld worden voordat ze ernstig worden.

Een te snel werkende schildklier (hyperthyreo"die, hyper: veel) versnelt het kloppen van het hart, versnelt de spijsvertering (waardoor diarree ontstaat), en zorgt voor een hoog energieverbruik waardoor je kunt afvallen, een gejaagd gevoel krijgt en niet meer goed tegen warmte kunt. Als dit niet wordt behandeld, kan het leiden tot hartaandoeningen en extreem verlies van spiermassa.

Een te traag werkende schildklier (hypothyreo"die, hypo: weinig) leidt onder meer tot apathie, extreme vermoeidheid, hartproblemen, menstruatieproblemen, gevoeligheid voor kou, geen transpiratie, haaruitval, een opgezet gezicht en gewichtstoename. Het vertraagt lichamelijke en geestelijke processen. Onbehandelde hypothyro"die kan in het uiterste geval tot coma leiden.

Soms gaat een schildklieraandoening samen met andere aandoeningen, zoals suikerziekte (diabetes) of reumato"de artritis (RA). Andere oorzaken van een schildklieraandoening zijn schildkliervergroting (struma), een ontsteking, jodiumgebrek en - heel zelden - kanker.

Jodium is een belangrijke bouwsteen van het schildklierhormoon. Cretinisme is de meest extreme vorm van onvoldoende schildklierfunctie en ontstaat door een tekort aan jodium dat al voor de geboorte aanwezig is. Cretinisme geeft mentale retardatie, motorische stoornissen en dwerggroei.

Schildklierkanker is zeldzaam. Soms zijn er afwijkingen in de hals te voelen, in andere gevallen is er niets te voelen maar brengen andere klachten de arts op het spoor. Schildklierkanker kan zich verspreiden (uitzaaiingen, ook wel metastases genoemd) naar de lymfeklieren in de hals en kan de stembanden aantasten, waardoor heesheid of stemverlies ontstaat.

Schildklierontsteking kan ontstaan door afweer tegen de eigen schildklier (zie ook: ziekte van Hashimoto). Ook bij de ziekte van Graves speelt het afweersysteem een rol. Deze aandoening wordt gekenmerkt door een gestoorde schildklierfunctie, al dan niet gecombineerd met oogproblemen en/of huidzwellingen aan de benen.


Bloed is de spiegel van de gezondheid.
Het is daarom slim om af en toe een preventief bloedonderzoek te laten doen. Tegenwoordig hoef je dit niet meer aan te vragen via je huisarts, maar je kunt je bloed zelf laten onderzoeken door gespecialiseerde bedrijven.

donderdag 4 juni 2009

Wordt groene thee uw drankje deze zomer?

.


Aan groene thee worden talrijke weldaden toegeschreven. Hij zou afslankende eigenschappen hebben, goed zijn tegen kanker, een goed middel zijn om de huid te beschermen... Kortom, groene thee heeft alles om de mensen te bekoren! Laat u verleiden en geniet deze zomer van de weldaden van groene thee.

De weldaden van groene thee

Als groene thee met zoveel enthousiasme wordt aanbevolen, dan is het op de eerste plaats omdat hij grote hoeveelheden flavonoïden bevat. Flavonoïden zijn zeer doeltreffende natuurlijke antioxidanten. Antioxidanten spelen een belangrijke rol in de strijd tegen vrije radicalen, stoffen die ontstaan door biochemische reacties van de zuurstof in ons lichaam (en door de invloed van het licht of van sigarettenrook), en die onze lichaamscellen aantasten en zeer snel doen verouderen. Daarom is groene thee aanbevolen om de effecten van die veroudering te bestrijden. Onderzoek heeft eveneens aangetoond dat groene thee een beschermend effect heeft tegen sommige kankers. Groene thee is ook goed tegen tandbederf omdat hij de woekering van bacteriën in de mond beperkt.

De afslankende eigenschappen van groene thee

Als belangrijkste troeven van groene thee, worden dikwijls zijn afslankende eigenschappen genoemd. Naar verluidt, zouden de flavonoïden in groene thee, namelijk de catechines, het hongergevoel tijdens een normale dag onderdrukken (of het verzadigingsgevoel verhogen), en dit bij ongewijzigde activiteit. Wie geen grotere hoeveelheden eet, verliest dus gewicht. Het verschil is niet enorm groot en ook nog niet helemaal bewezen. Toch is groene thee een heilzame drank voor onze gezondheid. Ongeacht de afslankende eigenschappen van groene thee, zal het gewichtsverlies u zeker niet ontgoochelen als u koolzuurhoudende dranken vervangt door groene thee!

Groene thee warm of ijskoud serveren?

Bent u geen liefhebber van warme dranken, dan kunt u, met de mooie dagen die in aantocht zijn, toch genieten van de weldaden van groene thee. Doe 's avonds gewoon enkele grammen groene thee in een kruikje met water. 's Morgens filtert u het mengsel en het resultaat is een heerlijk drankje dat u niet veel zal gekost hebben. Wie verzot is op suiker, kan er een beetje honing of rietsuikersiroop aan toevoegen. U kunt van deze ijsthee ook een nagerecht maken door er een goedgekozen bolletje sorbetijs aan toe te voegen.

Thee in de keuken

Hoewel we niet gewoon zijn thee ook in onze keuken te gebruiken, kan groene thee ook in sommige gerechten aangewend worden. In een marinade bijvoorbeeld om een subtiel smaakje toe te voegen aan garnalen of wit vlees. Of om een bouillonblokje te vervangen bij de bereiding van een vis- of groentesausje. Het is eigenlijk alleen maar een kwestie om de juiste infusietijd te vinden zodat de thee goed geparfumeerd is, maar niet bitter. Reken op gemiddeld drie minuten, maar die tijd is afhankelijk van de theesoort. Het staat uiteraard niet vast dat een beetje groene thee, verwerkt in een recept, u zal laten genieten van de weldaden van een grote hoeveelheid antioxidanten. Maar de afwisseling die groene thee uw maaltijden bezorgt, is op zich al positief!

Marion Garteiser, gezondheidsjournaliste
11/05/2009

dinsdag 2 juni 2009

Kijken naar het groeien van je moestuin

Het onderhouden van een eigen moestuin is jarenlang het domein geweest van geitewollen-sokken-types en volks-tuinders. Die tijd is voorbij : moestuinieren is populairder dan ooit.

Of het nu door de kredietcrisis komt of door de toegenomen belangstelling voor gezonde voeding: groentezaden zijn niet aan te slepen, tuincentra en kwekerijen hebben een aparte afdeling voor kleine groent eplantjes, en zelfs bij de Lidl waren vorige week aubergine- en courgette plantjes te koop.

Dat is verheugend, want een moestuin gun je iedereen. Een plek waar andijvie, boontjes en tomaten elke dag een stukje groter worden, net zo lang tot ze de pan of slakom in kunnen. Maar óók een plek waar je dag en nacht bezig bent met spitten, schoffelen, bonenstaken vastbinden, zaaien, planten, bemesten, begieten, besproeien en afschermen tegen vraatzuchtige vogels en insecten.

Ik vraag me weleens af waarom we het onszelf zo moeilijk maken. Waarom we ons niet met een pot thee en een spannend boek in een hangmat laten zakken en daar net zo lang in blijven liggen tot de tuin volstaat met smakelijke en voedzame groenten. Die dan niet snijbiet, artisjok en rucola heten, maar brandnetel, paardebloem en zevenblad.

Vroeger, toen er nog geen farmaceutische industrie bestond, was het kweken en plukken van wilde planten – die wij nu oneerbiedig ’onkruid’ noemen – bittere noodzaak. Daar werden ziektes en andere ongemakken mee behandeld, maar iemand die brandnetels kreeg voorgeschreven om van zijn artrose af te komen, probeerde die brandnetels uiteraard zo lekker en voedzaam mogelijk op zijn bord te krijgen. Door er soep van te koken, bijvoorbeeld. En zo ontwikkelde de medicinale kruidentuin zich allengs tot de voedzame groentetuin.

De regels voor het eten van wilde planten zijn simpel: eet niets wat bespoten is of langs de kant van de weg groeit, pluk de bladeren voordat de plant begint te bloeien en kook ze zoals je dat met bladgroenten doet, of doe ze in de sla. Ook de bloemen kunnen de sla in, maar je kunt er evengoed thee of limonade van maken, of ze door het beslag halen en bakken. De wortels worden gekookt alsof het aardappels zijn; graaf ze in de herfst of in het vroege voorjaar uit, want daarna worden ze houtig.

Ik kan me voorstellen dat u inmiddels een pan kokend water op het vuur heeft staan, en niet kunt wachten tot daar een flinke bos lastpakken in ligt. Laten we daarom eens kijken wat er zoal te maken valt van verse zevenbladblaadjes, paardebloemhoofdjes, brandneteltopjes of berenklauwstengeltjes.

Om met die laatste te beginnen: de jonge stengels van de gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) schijnen te smaken naar een mix van komkommer, kokosnoot en mandarijn. In Rusland gaan ze de bietensoep in, maar in andere soepen zijn ze ook lekker. Verder kun je ze koken en opdienen met boter, peper, zout en een schijfje citroen.

Brandnetels heb je in het groot (Urtica dioica) en in het klein (Urtica urens). Kook de jonge bladeren of overgiet ze met heet water, want in de netelharen zit een giftige stof die bij 85°C uit elkaar valt. Bereid brandnetelbladeren als spinazie, stop ze in thee, soep, omeletten en gehakt, of verwerk ze tot shampoo.

Een andere plant die het in onze tuinen goed doet, is de paardebloem (Taraxacum officinale), die van onder tot boven eetbaar is. De bladeren en de wortels plukken we voordat de plant gaat bloeien, de bloemknoppen kunnen worden gestoofd en de bloemen zelf zijn lekker in een omelet.

Tot slot het alom gevreesde zevenblad (Aegopodium podagraria). Het verhaal gaat dat monniken deze plant in de Middeleeuwen in de kloostertuinen kweekten, omdat het hielp tegen jicht. Je vraagt je af hoe verbijsterd ze waren, toen ze merkten dat hun aanplant zich nog tijdens hun leven over heel Nederland had verspreid.

Vermeng de jonge blaadjes en stengels met andere groenten of kruiden en gebruik ze in soep, stoofschotels, als salade of als vulling in bladerdeeg. En zorg dat er in de tuin nog wat blijft staan, anders heeft u volgend jaar niets meer.

zaterdag 30 mei 2009

Fastfood slecht voor schoolresultaten



Fastfood is niet alleen slecht voor de lijn, maar ook voor de schoolresultaten... Leerlingen die veel snacken, halen lagere cijfers.

Dat blijkt uit een onderzoek bij 5.500 leerlingen van 10 en 11 jaar door de Vanderbiltuniversiteit in Tennessee.
Kinderen die meer dan vier keer per week fastfood aten, haalden 7 procent lagere cijfers bij leestoetsen dan het landelijk gemiddelde. Wie elke dag fastfood at, lag 16 procent achter en de junkfood-verslaafden die meer dan één keer per dag snacken, deden het zelfs 19 procent slechter dan leeftijdsgenoten die gezonder voedsel eten. Bij de wiskundetoetsen was een soortgelijke trend zichtbaar.

'Meer bewust'

Volgens onderzoeksleider Kerri Tobin 'is er statistisch gezien een duidelijke veelzeggende band tussen een bovengemiddelde inname van fastfood en lagere schoolresultaten'. Hij pleit er in de Sunday Telegraph dan ook voor dat leerlingen meer bewust worden gemaakt van de academische gevolgen van hun voedselkeuze.

woensdag 27 mei 2009

Gezinnen kiezen bij crisis voor minder AGF

Een belangrijk deel van de Nederlandse huishoudens bespaart door de crisis op groente en fruit.
Zij geven minder uit aan verse groente en fruit, blijkt uit een studie van marktbureau GfK Panelservices uit Dongen. De groep consumenten die geraakt wordt door de recessie heeft in 2008 het uitgavepatroon voor verse groente en fruit aangepast, blijkt uit de studie. Deze groep gaf in 2008 bijna 11 procent van hun voedingsuitgaven uit aan verse groente en fruit. Dat is een daling van 1,3 procent, zo blijkt. Daarmee is er een relatie gelegd tussen de financiële crisis en consumentenuitgaven voor groente en fruit.

Lang niet alle gezinnen hebben het uitgavepatroon aangepast. De groep welgestelde consumenten geeft juist meer geld uit aan verse groente en fruit en voerde dat in 2008 ook nog verder op, zo blijkt uit de studie van GfK Panelservices. In 2008 bedroegen de uitgaven van deze groep 13,4 procent van de voedingsuitgaven, een stijging van 4 procent.

GfK volgt al jaren de uitgaven van enkele duizenden Nederlandse gezinnen. Die groep deelde GfK in drie categorieën in; de rijke groep die ongevoelig is voor de crisis, de middengroep die zegt ook niet geraakt te worden door de crisis en de financieel afhankelijken. Tot die laatste categorie behoort 20 procent van de Nederlandse huishoudens.

Uit de cijfers wordt niet duidelijk of de categorie crisisgevoelige huishoudens overstapten op goedkopere conservengroente. Het Voedingscentrum wijst regelmatig op de mogelijkheid voor consumenten om zo aan de dagelijkse voedingsrichtlijn te komen. In Engeland wijzen gezondheidsorganisaties consumenten er op niet te bezuinigen op de uitgaven aan groente en fruit.

De economische crisis heeft de afzet van groente en fruit op meer fronten geraakt. De uitvoer naar landen als Rusland liep terug doordat kredietverzekeraars exporten niet langer verzekerden door betalingsonzekerheid. Ook de stevige wisselkoersschommelingen door de kredietcrisis hebben de uitvoer uit Nederland geraakt.

BRON: AGRARISCH DAGBLAD AUTEUR: JEROEN VERHEUL